Europese en nationale wetgeving omtrent PBM

De wetgeving in Europa en binnen Nederland is heel uitgebreid. Soms is het moeilijk om duidelijkheid te verkrijgen uit deze jungle van richtlijnen, wetten en regels. In dit artikel leest u hoe de Europese en Nederlandse wetgeving samenhangt en wat de verplichtingen zijn voor fabrikanten en werkgevers.

Product- en Sociale richtlijnen binnen Europa

Binnen de Europese Unie zijn vele afspraken gemaakt over de verkoop van machines en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). In de zogenaamde productrichtlijnen staan de minimale voorschriften voor producten die worden verkocht binnen de EU. De productrichtlijnen zijn met name bedoeld voor de fabrikanten en waarborgen dat de gemaakte producten veilig zijn in het gebruik. De product richtlijn voor PBM is de PBM richtlijn 89/686/EEG. Als een fabrikant of importeur een PBM op de markt wil brengen in de EU, moeten deze voldoen aan de Bijlage van de PBM-richtlijn.

Ook voor het gebruik van machines en PBM op de werkvloer zijn belangrijke regels opgesteld. In de sociale richtlijnen staan de minimale voorschriften van de arbeidsomstandigheden en het gebruik van de producten, zodat deze gelijk zijn binnen de EU. De sociale richtlijnen zijn met name bedoeld voor werkgevers. Een voorbeeld is de Kaderrichtlijn 89/391/EEG. Hierin staan algemene uitgangspunten om veiligheid en gezondheid op de werkvloer te bevorderen. Vanuit de kaderrichtlijn vloeien ook bijzondere richtlijnen. Eén daarvan is de PBM richtlijn 89/656/EEG.

Infographic wet- en regelgeving.png

Afbeelding: Een overzicht van de verschillende wetten rondom PBM

Nederlandse warenwet en normeringen

De Europese product richtlijnen zijn overgenomen in de Nederlandse wet in het Warenwetbesluit. Zo is er ook een warenwetbesluit voor PBM. Daarin staat dat elk PBM moet voldoen aan de fundamentele eisen die in de PBM richtlijn staan. De fabrikant moet ervoor zorgen dat zijn PBM hieraan voldoen. 

De fundamentele eisen zijn verder uitgewerkt in normen. Dit doen diverse werkgroepen in Europa. De werkgroep in Nederland is de Stichting NEN. De inhoud van normen kan hier gekocht worden, maar als werkgever hoef je die eigenlijk niet te kopen. Normen zijn namelijk bedoeld voor fabrikanten die hun producten moeten laten voldoen aan de eisen die in de norm staan. Fabrikanten en leveranciers geven vaak wel de belangrijkste eisen op via websites of catalogi. Deze informatie is zeer waardevol om te beoordelen of een fabrikant zich aan de regels heeft gehouden en kleding aanbiedt die voldoet aan de eisen.

Als is aangetoond dat een PBM de geharmoniseerde norm naleeft, voldoet deze ook aan de Europese richtlijn. Een onafhankelijke partij, de Notified Body (NoBo), controleert of PBM voldoen aan de gestelde eisen van de normering. Voorbeelden van NoBo’s zijn TNO, TÜV, Centexbel en Satra.

Nederlandse Arbowetgeving en arbocatalogi

De Nederlandse arbowetgeving bestaat uit drie onderdelen: de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregelingen. De Arbowet kan als basis aangemerkt worden. Het is een kaderwet, wat betekent dat er geen concrete regels instaan, maar slechts algemene bepalingen over de plekken waar wordt gewerkt. Het Arbobesluit omschrijft de regels voor werkgever en –nemer om arbeidsrisico’s tegen te gaan. Ten slotte worden in de Arboregelingen de concrete eisen gesteld hoe taken uitgevoerd moeten worden om de veiligheid te waarborgen.

De arbocatalogus is een middel voor werkgevers en werknemers om op brancheniveau af te spreken op welke manier zij kunnen voldoen aan de doelen van de Arbowet. In zo'n catalogus worden oplossingen beschreven voor specifieke uitdagingen binnen de branche.

Vrijblijvend of verplicht?

De product richtlijnen zijn opgesteld door de EU en gericht aan de lidstaten. Via het EU-verdrag zijn wij gekoppeld aan de richtlijnen en Nederland moet deze als lidstaat overnemen in de eigen wetgeving. Alle personen en bedrijven zijn dus verplicht om aan de Nederlandse wetten te voldoen die verwijzen naar de Europese richtlijnen. De Nederlandse Arbowetgeving is voor 95% gevuld met overgenomen Europese richtlijnen. De vrijblijvendheid die het woord richtlijn suggereert is dus helemaal niet zo vrijblijvend als het in eerste instantie doet vermoeden.